Kunst en de politiek

Kunst is autonoom. Dat wil zeggen dat ze onafhankelijk van de machthebbers opereert. Toch heeft ze voor haar voortbestaan de overheid nodig. De Nederlandse overheid ondersteunt kunst op financieel gebied, en bepaalt daarmee mede welke kunst deze steun verdient. Maar ook los van het financiële aspect is het de vraag of kunst en politiek echt wel zo los van elkaar staan.

Visie politiek op kunst

Aan het einde van de 18e eeuw formuleerde de filosoof Emanuel Kant het doel van kunst als ‘l’art pour l’art’. Deze beroemd geworden zin betekent dat kunst geen ander doel hoeft te hebben dan kunst te zijn. Oftewel; het gaat niet om de boodschap maar om de artistieke waarde van het kunstwerk.

Ook tegenwoordig dragen politieke partijen nog uit dat de waarde van kunst niet in de boodschap zit die ze verkondigen. Wat is dan wel de waarde van kunst? Enkele slogans:

  • Cultuur inspireert, verbindt en zet aan tot nadenken, daarmee is het van grote waarde voor de samenleving. (PvdA)
  • Omdat een bloeiend, divers en kwalitatief hoogstaand kunstaanbod in sterke mate kan bijdragen aan het maatschappelijk welzijn is een substantieel staatsaandeel in de financiering van kunst verdedigbaar. (VVD)
  • Kunst, cultuur en erfgoed kunnen verbinden en onderscheiden. Ze helpen een samenleving om voortdurend op zichzelf te reflecteren. (D66)

Politieke sturing

De politiek is niet alleen voor een groot deel verantwoordelijk voor de financiering van kunst. Ook bepaalt de politiek in niet onbelangrijke mate de manier waarop er over kunst gedacht wordt – en de verharding hierin. Een term als ‘linkse hobby’ zal iedereen tegenwoordig bekend in de oren klinken. Het politieke debat stuurt mee in het publieke debat. Bijvoorbeeld met een uitspraak als:
“Het Residentieorkest is een tromboneclubje dat geen cent subsidie verdient,” aldus Sietse Fritsma van de PVV, in Pauw & Witteman.

Sinds 2011 zijn grote cultuurbezuinigingen doorgevoerd. Van culturele instellingen wordt verwacht dat ze financieel meer op eigen benen kunnen staan en meer luisteren naar de wensen van het grote publiek. Deze thema-uitzending van 1 Vandaag gaat in op de vraag wat het effect van deze bezuinigingen op de kunstinstellingen is.  

Kunst als politieke propaganda

Kunst heeft de politiek nodig. De politiek is belangrijk in het draagvlak en zorgt voor facilitering en financiering. Maar de politiek heeft de kunst ook nodig. Sterker nog, in zijn essay ‘Post-propaganda’ legt kunstenaar Jonas Staal uit hoe zelfs in Nederland de kunstenaar het politieke systeem propagandeert.

Kunst, schrijft hij, maakt de macht herkenbaar. Als historisch voorbeeld noemt hij hoe filmmaker Leni Riefenstahl hielp om het naziregime een duidelijk, herkenbaar gezicht te geven.

In Nederland is er geen sprake van een dictatoriaal regime en officieel is er ook geen sprake van propaganda. Maar Staal benadrukt dat ook in de Westerse vrijheid een vorm van propaganda heerst. Kunst propagandeert de vrijheid.  

Kunst als boodschapper van de vrijheid

Met de woorden van filosoof Kant heeft kunst vrijheid gekregen om, populair gezegd, te doen waar het zin in heeft. Zonder dat het zich hoeft te verantwoorden en zonder dat het een politieke of morele boodschap dient uit te dragen.

Maar propagandeert de Westerse kunst met al deze vrijheid niet juist de democratische idealen?
Staal: “Wat zou er van al de vrijheden en verheffende waarden van het democratisme worden als het niet de kunsten waren die deze waarden uitdroegen en ze continu van bewijslast voorzagen? Is dit dan ook niet de feitelijke opdracht die de staat aan kunstenaars heeft gegeven met behulp van allerhande fondsen, belastingkortingen en kunstopleidingen: om het succes van de vrije samenleving aan haar burgers en aan de rest van de wereld te tonen?”

Kunst monddood door vrijheid

Is vrijheid een vorm van westerse propaganda of het resultaat van de autonome positie van de kunstenaar? Linksom of rechtsom, volgens kunstcriticus Hans den Hartog Jager is de kunst door dit vrijheidsideaal monddood gemaakt. In zijn boek ‘Het streven’ schrijft hij:

“Sinds het midden van de 19e eeuw is kunst de door de samenleving goedgekeurde vrijplaats, de ‘plaats’ waar mensen die daar geschikt voor zijn (kunstenaars) emotionele, morele en maatschappelijke vernieuwingen opzoeken. (…) Alleen: voor die vrijheid brengen kunstenaars een offer. Goed, zegt de maatschappij, we spreken af dat kunstenaars meer mogen, meer zeggen, meer doen en tonen, maar daarvoor betalen ze de prijs dat we hun werk behandelen volgens andere normen, waarden en wetten. Of eigenlijk: we verbinden er minder vergaande consequenties aan (…). Hét symbool van die scheiding is het museum (…) waar kunst aan de ene kant tot bijna goddelijke status wordt verheven en aan de andere kant zorgvuldig uit de maatschappij wordt getild.”

Tegen de grenzen van de maatschappij

Zo bezien lijkt kunst klem te zitten. Enerzijds zorgt vrijheid er voor dat kunst de spreekbuis van de politiek is – volgens Staal. Anderzijds maakt de vrijheid van kunstenaars een ongevaarlijk, weinig serieus te nemen groep die buiten de samenleving staat – volgens Den Hartog Jager. Kan kunst dan überhaupt wel maatschappelijke of politieke invloed uitoefenen?

Kunst die werkelijk iets wil veranderen, schrijft Den Hartog Jager, moet de regels van de maatschappij omzeilen. En zo krachtig zijn dat de maatschappij er toch door aan het denken wordt gezet. Hoe? Artistiek terrorisme? Geweld?  

Kunst is geen pakezel

Terug naar de politiek. In maart 2015 presenteerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) het rapport ‘Cultuur herwaarderen’. Minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap nam het in ontvangst, waarbij ze Gerrit Komrij citeerde. “Kunstenaars zijn zwanen, geen ezels die pakjes dragen.”

In het rapport pleit de WRR voor een herwaardering van de culturele waarden binnen de culturele sector. Cultuur wordt in groeiende mate bezien vanuit haar sociale of economische waarde. Een overheid zonder verbeelding heeft geen toekomst, zegt de minister. En daarom: “De overheid mag niet overheersen. Ze moet slechts opwekken wat potentieel bestaat aan sociale en culturele krachten in het volk.'

Bekijk hier de toespraak van minister Bussemaker bij het in ontvangst nemen van het rapport ‘Cultuur herwaarderen’.  

 

Tekst: Mirjam van Gogh, december 2015.