Het dramatische einde van het Paleis voor Volksvlijt

“Kous, er gebeurt iets verschrikkelijks! Het Paleis van Volksvlijt staat in brand!” Groot was de verslagenheid in 1929 over de verwoesting van het markante gebouw. De vader van Rudy Kousbroek, die op het verre Sumatra woonde, werd zelfs per telefoon op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen. Het Paleis voor Volksvlijt onderging hetzelfde lot als dat van New York in 1858; en ook het Britse Crystal Palace zou in 1936 in vlammen opgaan.

Problemen met de exploitatie

Bestuur en directie hebben door de jaren heen grote problemen gehad om de exploitatie sluitend te krijgen. Het Paleis voor Volksvlijt heeft eigenlijk nooit een gezonde financiële situatie gekend. Na het overlijden van Sarphati werden de beheerders van het Paleis geconfronteerd met een schuldenlast van fl. 295.000-. Om meer inkomsten te genereren concentreerde de programmering zich meer en meer op concerten, opera en operette. Ook in de programmering van de exposities kwamen aanpassingen, naast nijverheidstentoonstellingen werden er rond 1900 ook dierententoonstellingen en sporttentoonstellingen geprogrammeerd. Ook horeca vormde een extra bron van inkomsten. Een andere maatregel betrof het verkopen van delen van de grond.

De Galerij

In 1881 werd een deel van de tuin verkocht aan de Amsterdamsche Galerij Maatschappij. Het bestuur hield na aftrek van kosten een kleine vijf en een halve ton over. Naast het Paleis voor Volksvlijt verrees in 1883 een chique winkelgalerij. Voor het ontwerp tekende Adolf Leonard van Gendt (1835-1901), de architect van het Concertgebouw, de Hollandsche Manege en de IJsbreker

Floris Adriaan van Hall

In de loop van 1893 kreeg Floris Adriaan van Hall (1838-1929) het merendeel van de aandelen in het Paleis voor Volksvlijt in handen. Van Hall trad al op als financier van de Hollandsche Opera en de arbeiderskrant ‘Het Volksdagblad’. Nadat op 12 oktober 1893 zijn vrouw was overleden, ging hij zelfs in het Paleis wonen. In de loop der jaren werd Van Hall, een verwoed verzamelaar van antiek, steeds meer omringd door louche figuren als de antiekverkoper Louis Monas (1873-1941) en de Belgische bordeeleigenaar W. Content. Monas - uiteindelijk zelfs benoemd tot directeur van het Paleis - en diens entourage wisten hem steeds meer geld afhandig te maken. Van Hall moest elders geld lenen en gedroeg zich steeds excentrieker. Hij sliep overdag, stond om 7 uur ’s avonds op en gebruikte dan zijn ontbijt. Via een deur in zijn appartement kon hij een zijloge bereiken om de concerten en opera’s in het Paleis voor Volksvlijt te bezoeken. Het publiek staarde soms omhoog naar de loge, waar een spookachtige, broodmagere figuur verscheen, gehuld in een wollen kamerjapon en met een kalotje op het hoofd. Op 24 februari 1929 overleed de sterk verzwakte grootaandeelhouder.

De brand

Nog geen twee maanden later, in de nacht van 17 op 18 april brandde het Paleis voor Volksvlijt af. Aangewakkerd door de westenwind greep het vuur snel om zich heen. Alle rekwisieten en kostuums van de Bouwmeesterrevue en het toneelgezelschap van Louis Saalborn gingen verloren. Om drie uur ’s nachts sloeg de paleisklok voor de laatste keer. Een klein uur later stortte het beeld van Victoria met de daaronder aangebrachte reclame voor Haust Honingkoeken naar beneden en zakte de koepel ineen. Monas en Content werden gearresteerd en veroordeeld voor het knoeien met obligaties, maar brandstichting werd nooit bewezen; al had men wel vermoedens in die richting. Van Hall werd in 1947 als Mr. Cramp vereeuwigd in de sleutelroman ‘Paviljoen van Glas’ van M. Revis.

De afbraak van de galerij

De winkelgalerij bleef nog jaren staan en overleefde de Tweede Wereldoorlog. Gerard Reve bewoonde nog enige tijd een van de woningen boven de passage. In 1961 moest het bouwwerk wijken voor het hoofdkantoor van de Nederlandsche Bank van architect Marius Duintjer (1908-1983). Ornamenten van de galerij kwamen terecht in de tuin van tekenaar Cees Bantzinger (1914-1985) en zijn nog tot en met 31 augustus te zien in Museum Jan van der Togt.