Het Marineterrein op Kattenburg

In het eerste half jaar van 2016 is Nederland voorzitter van de Europese Unie. De vele vergaderingen en conferenties vinden – onder strenge veiligheidsmaatregelen - plaats in het Scheepvaartmuseum en in een ‘pop-upgebouw’ op het Marineterrein. De geschiedenis van het gebouw dat het Scheepvaartmuseum huisvest en die van het achterliggende gebied zijn nauw met elkaar verbonden. Beginpunt is het jaar 1655, als de Admiraliteit van Amsterdam een scheepswerf in gebruik neemt op het eiland Kattenburg.

Resultaat 1 - 10 (van 12)

  • De Admiraliteit vestigt zich op Kattenburg Bekijk details

    De organisatie van de oorlogsvloot was tot 1795 in handen van de Admiraliteit. Na dat jaar kwam de term ‘marine’ in gebruik als beheerder van de zeemacht. Er waren oorspronkelijk vijf Admiraliteiten in de Republiek, die hun oorsprong vonden in de Tachtigjarige oorlog. Naast de admiraliteit van Amsterdam waren dat die van het Noorderkwartier, gevestigd in Enkhuizen en Hoorn, die van het Zuiderkwartier in Rotterdam, de Zeeuwse admiraliteit in Middelburg, later Vlissingen, en de Friese in Harlingen.

    Bekijk details van De Admiraliteit vestigt zich op Kattenburg

  • De bouw van ’s Lands Zeemagazijn en de aanleg van de werven. Bekijk details

    Reizigers die omstreeks het jaar 1700 Amsterdam bezochten, brachten gewoonlijk een bezoek aan het stadhuis op de Dam, aan het praalgraf van Michiel Adriaansz. de Ruyter in de Nieuwe Kerk en aan de werven van de VOC en de Admiraliteit. Vooral een bezoek aan ’s Lands Zeemagazijn was erg in trek, zij het dat toestemming van één der admiraliteitsheren vereist was. De Admiraliteitswerf was ontworpen door Daniel Stalpaert, stadsarchitect van Amsterdam. Hij deed dit op verzoek van de bouwcommissie.

    Bekijk details van De bouw van ’s Lands Zeemagazijn en de aanleg van de werven.

  • Hollandse en Engelse scheepsbouwmeesters Bekijk details

    Het eerste schip dat in 1662 van stapel liep op de werf op Kattenburg was vermoedelijk de ‘Harderwijk’. In de jaren die volgden werden op Kattenburg veel schepen gebouwd die onder bevel kwamen van Michiel Adriaensz. de Ruyter. In 1664 werd het vlaggenschip ‘Hollandia’ voltooid, waarmee niet alleen De Ruyter, maar ook Cornelis Tromp en Cornelis Evertsen hebben gevaren. Het schip was onder meer betrokken bij de Slag bij Kijkduin (1673). De Ruyters beroemde schip ‘De Zeven Provinciën’ werd echter gebouwd...

    Bekijk details van Hollandse en Engelse scheepsbouwmeesters

  • De werkomstandigheden op de werf Bekijk details

    In 1822 werd het Poortgebouw van de werf aangepast. Aan de kant van de scheepswerf kwam een uitbouw, rustend op zuilen. De klokkentoren boven de poort moest wijken voor deze uitbreiding. In deze toren hing de ‘bengel’, de bel die geluid werd om het begin en het eind van de werktijden aan te geven. Uiteindelijk zou de ‘bengel’ een nieuwe plaats krijgen in een torentje aan de werfzijde van het Zeemagazijn, waar hij nog altijd hangt.

    Bekijk details van De werkomstandigheden op de werf

  • Patriotten en Bijltjes Bekijk details

    John May werd na zijn dood in 1779 als scheepsbouwmeester opgevolgd door Willem Lodewijk van Gendt. Sautijn ruimde een jaar later het veld, maar zijn positie als equipagemeester werd ingenomen door John’s zoon William May (1725-1807). William bedacht verschillende vernieuwingen in de scheepsbouw, maar ook hij had geen beste reputatie. Hij stookte onrust, verspreide valse geruchten en werd beschuldigd van financiële malversatie. Ook door zijn politieke voorkeuren was William niet populair.

    Bekijk details van Patriotten en Bijltjes

  • Bataafse en Franse jaren Bekijk details

    In 1795 kwam er een eind aan het tijdperk van de Admiraliteiten. Het Bataafse bewind voegde de vijf Admiraliteiten samen tot één Bataafse Marine. De vijf werven ressorteerden nu onder het gezag van een constructeur- generaal, Pieter Glavimans (1755-1820), voorheen scheepsbouwmeester op De Maze in Rotterdam. Glavimans vestigde zich aanvankelijk op ’s Lands werf in Amsterdam, maar werd al spoedig naar Den Haag geroepen om van daaruit de Bataafse Marine te leiden.

    Bekijk details van Bataafse en Franse jaren

  • ’s Rijkswerf Bekijk details

    De centralisatie van de Marine bleef ook na de troonsbestijging van Koning Willem I gehandhaafd. De werven van Enkhuizen en Harlingen gingen dicht; die van Amsterdam, Rotterdam en Vlissingen bleven gehandhaafd. Deze werven gingen zich vooral op de constructie van schepen toeleggen; die van Hellevoetsluis en Den Helder werden ingericht als uitrustingswerven. De Nederlandse Marine behoorde tot de modernste van Europa.

    Bekijk details van ’s Rijkswerf

  • Werkomstandigheden op ’s Rijkswerf Bekijk details

    Ook in de negentiende eeuw gaf de werfbengel de arbeidstijden aan. Deze namen toe in het zomerseizoen en af in het winterseizoen. Het loon volgde net als in de achttiende eeuw deze wisselingen. Wat wel veranderde was de apparatuur waar mee gewerkt werd en ook trof men onder het personeel op de werf nieuwe beroepen aan als machinist en stoker.

    Bekijk details van Werkomstandigheden op ’s Rijkswerf

  • Het Marine-etablissement Bekijk details

    Na Rotterdam in 1850 en Vlissingen in 1868 viel het doek voor de Amsterdamse Marinewerf in 1915. De kosten voor de bouw van eigen schepen werden te hoog voor de Marine; orders bij particuliere werven zouden uiteindelijk goedkoper zijn. De overgebleven werfactiviteiten werden naar Den Helder verplaatst.

    Bekijk details van Het Marine-etablissement

  • De jaren van de sloophamer Bekijk details

    Direct na de bevrijding nam de Koninklijke Marine het etablissement opnieuw in gebruik. De oorlogsjaren vormden feitelijk de enige periode dat het terrein op Kattenburg niet onder controle stond van de Nederlandse zeemacht. De historische gebouwen op het terrein, het Zeemagazijn, het Poortgebouw en het Paleis kregen hun oude functie terug. Maar het etablissement maakte een vervallen en uitgewoonde indruk.

    Bekijk details van De jaren van de sloophamer