Vrijheid en herdenking

Koning Willem III bekrachtigde op 8 augustus 1862 de wet op afschaffing van de slavernij. De gouverneur van Suriname, Van Landsberge, kondigde het Koninklijk Besluit op 3 oktober 1862 aan in een proclamatie aan de slavenbevolking in de Kolonie Suriname.

1 juli 1863

Bijna een jaar later, pas op 1 juli 1863, was de Dag van de Afschaffing van de Slavernij. Reden: in juli lag de productie op de suikerplantages stil vanwege de regentijd en was er weinig arbeid nodig. Men had namelijk het idee dat de voormalige slaven eerst van hun vrijheid zouden genieten en niet op het werk zouden verschijnen. Om 6 uur ’s morgens kondigden 21 kanonschoten vanuit Fort Zeelandia het einde van de slavernij aan. Het paleis van de gouverneur, andere publieke gebouwen en de schepen in de haven van Paramaribo waren met vlaggen getooid. Ook vanaf Fort Amsterdam in Willemstad op Curacao klonken 21 kanonschoten. In kerken werden dankdiensten gehouden en een grote menigte verzamelde zich op het plein bij het fort.

Herdenken

Keti Koti (De dag der Vrijheden of Dag der Verbroken Ketenen) heet de jaarlijks terugkerende feestdag op 1 juli in Suriname. Ook wordt de dag wel Manspasi (Emancipatiedag) genoemd. Op de Antillen wordt de dag herdacht op Sint Eustatius en Sint Maarten. Op Curacao herdenkt men met De Dag van de Vrijheidsstrijd – 17 augustus – de grote slavenopstand onder aanvoering van Tula in 1795.

Het Slavernijmonument in het Oosterpark

Op 1 juli 1998 werd in Amsterdam Zuid-Oost een conferentie gehouden over het onverwerkte slavernijverleden. Organisator was het Afro-Surinaams Cultureel Centrum. Er werd gepleit voor het opnemen van de slavernijperiode en de rol van Nederland daarbij in de canon van het onderwijs. Tevens werd het initiatief genomen tot oprichting van een monument. In 2002 werd het Nationaal Monument Slavernijverleden onthuld door koningin Beatrix. Tot woede van het toegestroomde Surinaamse en Antilliaanse publiek werden alleen officiële genodigden bij de plechtigheid toegelaten. De roep om erkenning en eerherstel is nog steeds heel groot bij de nazaten van de slavernij.