Sporen van Slavernij in Amsterdam; de WIC

Amsterdam was de stad waar de zetel van de West-Indische Compagnie was gevestigd. Een aantal gebouwen in de stad heeft een verleden dat nauw verbonden is met de Compagnie en met de slavenhandel.

Het Prinsenhof

Oudezijds Voorburgwal 195-199. Mogelijk heeft hier ooit Prins Willem van Oranje verbleven. Van 1621-1623 zetelde de West- Indische Compagnie er; thans is hotel The Grand in het complex gevestigd.

Het West-Indisch Huis

Haarlemmerstraat/Herenmarkt 99. In 1617 werd aan de Haarlemmerdijk een vleeshal gebouwd, met op de verdieping een wachtlokaal van de schutterij. In 1626 werd dat pand verbouwd tot residentiehuis van de W.I.C. en de huidige naam getuigt nog steeds van dit verleden. Toch zag de Compagnie zich genoodzaakt het gebouw al in 1656 te verlaten, nadat de koloniale bezittingen in Brazilië verloren waren gegaan en de onderneming in ernstige financiële nood kwam. Na het vertrek van de W.I.C. deed het gebouw dienst als herenlogement.

Het West-Indisch Huis aan den IJkant

Prins Hendrikkade/Peperstraat/’s-Gravenhekje. De bouw van dit complex had plaats in de jaren 1641 en 1642 en het werd in eerste instantie als pakhuis in gebruik genomen. Met het teruglopen van de handel en inkomsten na het verlies van de Braziliaanse bezittingen had men ruimte over in dit pand en besloot men er de zetel van Compagnie te vestigen. Daarmee kon men zich de huur van het gebouw aan de Haarlemmerdijk besparen. Van 1656 tot 1674 heeft de W.I.C. in dit pand haar hoofdkwartier gehad.

De Voetboogdoelen

Singel; thans Universiteitsbibliotheek. Met het verlenen van een nieuw octrooi in 1674 trad een verbetering in van de positie van de W.I.C. en kon voor 1600 gulden huur per jaar de Voetboogdoelen betrokken worden. De Voetboogdoelen en de naastgelegen Handboogdoelen dateerden uit het begin van de 16de eeuw en waren eerder in gebruik door de schutterijen van Amsterdam. De W.I.C. hield dit pand aan tot de opheffing van de Compagnie in 1791.

Gebouw de Zon

Singel 118. Dit gebouw was in gebruik als logement van de W.I.C. voor de Bewindhebbers van de Zeeuwse Kamer van de Compagnie. Nadien werd het gebouw betrokken door de Maatschappij tot Nut van het Algemeen en vervolgens was het weeshuis van de Doopsgezinde gemeente.