Het grachtenhuis; fundering

“ …so wie dat begheert steynhuyse of steynmuyren te maken of te legghene binnen der oude grafte sie moet een guet vast fundament legghen ende dat wail heyen.” In deze keur uit 1413 werd op de noodzaak van een goede fundering gewezen. Amsterdam ligt namelijk op een oud veenmoeras met op 7 tot 8 meter onder N.A.P. een zandlaag. Zo werden voor de fundering van het Paleis op de Dam maar liefst 13.659 houten heipalen gebruikt. In de loop van de tijd werden verschillende technieken gebruikt.

Fundering zonder palen

Aanvankelijk werkte men met een verstevigde werkvloer waarop de funderingsmuur werd aangelegd. Deze vloer lag onder de laagste grondwaterstand om wegdrijven te voorkomen. De werkvloer kon bestaan uit een patroon van kruislings over elkaar gelegde houten stammetjes, opgevuld met takken. Ook werd wel gewerkt met een lemen vloer met gemetselde veldkeien. 

De korte heipaal

Een alternatieve methode was het dicht naast elkaar in de grond heien van korte paaltjes van berken- of elzenhout. Over deze palen werden kruislings stammetjes van dezelfde houtsoort gelegd en daarboven bracht men een werkvloer van eikenhouten planken aan voor het metselwerk. 

De lange heipaal

“Een, twee, drie/ haal op die hei/ al in de Mei / al in de grond/ daar staatie pront/ fris en gezond…”. (Amsterdams heilied).
Op ongeveer 8 meter beneden N.A.P. bevindt zich een dunne zandlaag. Het toepassen van langere heipalen bood de mogelijkheid om met name het gewicht van stenen bouwwerken via de langere heipalen over te brengen op deze vaste laag. Dit funderingsprincipe is sindsdien niet meer wezenlijk veranderd.

De kesp

De grote grachtenpanden en pakhuizen uit de zeventiende eeuw droegen een groot gewicht over op de heipalen, waardoor het gevaar bestond dat die zouden uitwijken. Daarom bracht men in de tweede helft van de zeventiende eeuw dwarsbalkjes aan tussen naast elkaar staande funderingspalen. Zo’n dwarsbalkje werd een ‘kesp’ genoemd. Op de kespen werden weer funderingsplanken aangelegd. Deze wijze van constructie werd via een keur van 9 februari 1701 verplicht gesteld voor de grote gebouwen aan de grachten.