De eerste trein Amsterdam – Haarlem 20 september 1839

De oudste spoorwegverbinding in ons land is het traject Amsterdam - Haarlem. Op 20 september 1839 reed over dit spoor de eerste trein van de in 1837 door particulieren opgerichte Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij. Eigenlijk betrof het een ‘tweede’ treinreis, want op 13 september was er al een proefrit geweest met 200 passagiers, waarbij het personeel op de stations kon oefenen met het afgeven van de plaatsbiljetten.

Station D'Eenhonderd Roe

Een echt station had Amsterdam nog niet. Bij de Haarlemmerpoort werd Station Willemspoort gebouwd, maar dat kwam pas in 1842 gereed. Daarom verzamelde de feestelijke menigte zich op 20 september bij hulpstation D’Eenhonderd Roe, genoemd naar een herberg die op 100 Amsterdamse roeden (376,7 meter) van de Haarlemmerpoort was gelegen. Eenhonderd Roe bevond zich ter hoogte van het huidige Westergasfabriekterrein, bij Polonceaukade 13. Op initiatief van reizigersvereniging Rover werd daar in 2009 een gedenkplaat onthuld.

De Arend en De Snelheid

De eerste treinen tussen Amsterdam en Haarlem werden getrokken door De Arend en De Snelheid. Deze locomotieven waren gebouwd bij Longridge & co. in het Britse Bedlington. Zij werden gestookt met cokes, want dat veroorzaakte geen roet, zodat de passagiers aan de reis geen besmeurde kleding zouden overhouden. De Arend werd in 1938 aan de hand van de originele tekeningen herbouwd en deze replica is nog steeds te bewonderen in het Spoorwegmuseum in Utrecht.

De eerste treinreis

Op 20 september 1839 om 13.00 uur blies de conducteur op een trompet en zette de eerste trein zich in beweging. In de voorste wagon speelde het muziekkorps van de Amsterdamse schutterij vrolijke deuntjes. Onder de genodigden bevonden zich hoogwaardigheidsbekleders en hun echtgenotes en de verslaggever van de Amsterdamsche Courant. In totaal werden 250 tot 300 mensen vervoerd in 10 wagons. De trein werd door beide bovengenoemde locomotieven getrokken. De voorste locomotief raakte echter onderweg naar Haarlem los. Maar men wist na 35 minuten het reisdoel heelhuids te bereiken. Langs de route was veel belangstelling voor het nieuwe transportmiddel. Boeren waren wel ongerust dat hun vee door de vonken in paniek zouden raken. Ook de terugreis verliep niet helemaal vlekkeloos. In Amsterdam kregen de reizigers een feestelijk “collation” aangeboden door de raad van de administratie. Dhr. van Stralen, lid van de Staten van Holland, bracht een toast uit namens de Gouverneur, die vanwege ongesteldheid verstek had moeten laten gaan.

De rijtuigen

“De rijtuigen zijn alle ruim en gemakkelijk in het rijden; in elk derzelve kan men zich bezig houden met het lezen van den fijnsten druk, en zelfs potlood en papier gebruiken”, constateerde de Overijsselsche Courant. Er waren drie klassen rijtuigen: de diligence (eerste klasse) waarvoor men een rood biljet van fl 1,20 moest kopen. Een blauw biljet van fl 0,80 gaf toegang tot de char-à-banc (tweede klasse) en voor de wagon (derde klasse) was een wit biljet van fl 0,40 nodig. Met deze indeling correspondeerden de wachtkamers voor drie klassen passagiers op de stations. Ook het Centraal Station van 1889 zou deze indeling hanteren.